HOME ALGEMENE INFO FORMULIEREN FOTO'S NIEUWSBRIEF INLOGGEN OUDERS

Pedagogisch beleidsplan


INLEIDING

Algemeen
In ons pedagogisch beleidsplan geven wij aan hoe wij met de aan ons toevertrouwde kind(eren) willen omgaan. In dit plan zijn onderwerpen weergegeven die met de ontwikkeling en opvoeding van kinderen te maken hebben. Ouders blijven zelf natuurlijk de eindverantwoordelijke voor de opvoeding van hun kind. Daarom vinden wij het belangrijk dat ouders zich kunnen vinden in het pedagogisch beleidsplan van Be CHILD. Tenslotte vertrouwen ouders hun kind voor een deel van de tijd aan ons toe, wanneer zij voor Be CHILD kiezen. Dat betekent dat wij ons willen inzetten voor de optimale verzorging, ontwikkeling en opvoeding van ieder kind.

Opvoeden is zelf ook voortdurend leren
Net als elke ouder en verzorger, leren wij ook voortdurend van en met de kinderen die aan ons zijn toevertrouwd. Als het nodig is, passen wij ons pedagogisch beleidsplan dan ook aan. Als het plan wordt aangepast, krijgen de ouders/verzorgers die een kind bij ons geplaatst hebben een bericht van de wijziging.

Wetten en regelgeving in de kinderopvang
Be CHILD wil kwalitatief hoogwaardige kinderopvang bieden. Daarom stelt onze organisatie zich normen die minimaal voldoen aan de Wet Kinderopvang. Verder conformeert Be CHILD zich aan de CAO Kinderopvang en het Convenant Kwaliteit Kinderopvang. De GGD voert jaarlijks een inspectie uit bij ieder kinderdagverblijf, om de kwaliteit van de kinderopvang te toetsen.


DE PEDAGOGISCHE VISIE VAN BE CHILD

Bij ons mag je kind zijn
Deze kleine zin is het motto van Be CHILD. Dit vormt de kern van onze pedagogische visie. Aan de ene kant willen wij ieder kind voldoende ruimte bieden om lekker kind te zijn. Aan de andere kant willen we de nieuwsgierigheid en leergierigheid van het kind stimuleren.
De kinderen ontdekken bij ons op een speelse wijze zichzelf en hun omgeving.

Partnerschap
Wij willen partner van iedere ouder zijn als het gaat om de opvoeding en ontwikkeling van hun kind. Daarom geven we de belangen en behoeften van de kinderen op ons kinderdagverblijf een centrale plek. Daarbij is het een eerste vereiste dat ieder kind zich bij ons veilig en geborgen voelt. Dit gevoel is essentieel voor een kind om zich optimaal te ontwikkelen. Wij organiseren ook oudergesprekken (Paragraaf 7c) om overleg over hun kind te structureren.

De kern van onze visie
Wij werken continu aan het optimaliseren van de volgende kernpunten:

  • Emotionele veiligheid 
  • Structuur 
  • Zelfstandigheid 
  • Ontwikkeling 

Deze kernpunten komen terug in ons pedagogisch beleidsplan



EMOTIONELE VEILIGHEID EN GEBORGENHEID

Een veilige omgevingAls een kind zich op zijn gemak voelt, heeft het meer kans om zich te ontplooien. Een gevoel van veiligheid en geborgenheid is dan ook heel belangrijk voor ieder kind. Wij willen ieder kind dat gevoel geven. Vanuit een gevoel van geborgenheid heeft een kind de kans om zich optimaal te ontplooien. Dan kan een kind veel leren van zijn omgeving. Die veilige omgeving bieden we ieder kind door het kind in een vaste stamgroep te plaatsen met vaste leidsters. Zo wordt de eigen stamgroep in haar eigen vaste ruimte een tweede thuis. Voorbeelden om het gevoel van veiligheid en geborgenheid te stimuleren zijn:

  • Een kind even knuffelen wanneer het daar behoefte aan heeft.
  • Een baby even extra aandacht geven/knuffelen tijdens de verzorging.
  • Een kind troosten wanneer het verdriet heeft.
  • Meegaan in het (rollen)spel van het kind om het onderlinge contact te verstevigen/uit te bouwen.
  • Vaste pedagogisch medewerkers op de stamgroep: het kind ziet vertrouwde gezichten.

Verticale stamgroepen
We werken met verticale groepen. Dit houdt in dat kinderen in de leeftijd van 0 t/m 3 jaar samen in een groep zitten. Dit is een bewuste keuze. In een gezin met meerdere kinderen is er ook vaak verschil in leeftijd. Jonge kinderen kunnen veel leren van oudere kinderen. Dit heeft voordelen voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van ieder kind. Daarnaast zit ieder kind in een vaste stamgroep. Dit biedt het kind een vertrouwde omgeving waar het steeds dezelfde kindjes en pedagogisch medewerkers ziet. Bij bepaalde activiteiten kan het zijn dat kinderen even de vaste stamgroep verlaten. Een voorbeeld hiervan is als het kind VVE-begeleiding (Paragraaf 5q) krijgt. Op dat moment wordt het kind samen met andere VVE-kinderen in een aparte ruimte extra stimulans geboden voor de algemene ontwikkeling.

c. Kleinschaligheid
Met onze kleinschalige opzet, streven wij na dat er voldoende persoonlijke aandacht is voor elk kind. Wij werken met gemiddeld 12 kinderen op een groep. Op piekdagen zijn dit maximaal 14 kinderen. Op deze manier kunnen wij met elk kind een persoonlijke band opbouwen. Hoewel de thuissituatie natuurlijk nooit helemaal is na te bootsen, willen we de kinderen het gevoel geven dat ze zich bij ons ook thuis voelen.

We hebben zoveel mogelijk vaste medewerkers op de groep staan. Daarnaast zorgt onze kleinschaligheid ervoor dat al onze pedagogisch medewerkers de kinderen van beide groepen kennen. Dit borgt de emotionele veiligheid van al onze kinderen, omdat de kinderen ook gewend zijn om met de pedagogisch medewerkers van de andere groep om te gaan.

Omgang met elkaar
Wij begeleiden en ondersteunen de kinderen bij hun ontdekkingsreis. Er komen veel aspecten uit het dagelijks leven binnen de groep terug. Zoals bijvoorbeeld de omgang met elkaar. We vinden het belangrijk dat ieder kind leert de ander te respecteren, ongeacht de afkomst. Ieder kind heeft recht op zijn eigen plaats binnen de groep. Elk kind leert ook de andere kinderen een plekje te gunnen in de groep. Dit is een belangrijk onderdeel bij de normen en waarden (Paragraaf 5c) die we onze kinderen willen meegeven.

De gevoelens van een kind
Wij vinden het belangrijk dat ieder kind zich bij ons op zijn gemak voelt. Het kan natuurlijk zo zijn dat een kind in een bepaalde periode wat minder lekker in zijn vel zit. Als wij dat merken zullen we dat aan de ouder(s) of verzorger(s) melden. Wanneer ouders zelf oorzaken weten, waardoor hun kind zich minder voelt, dan horen wij dat graag. Dan kunnen wij ervoor zorgen dat er aan dat kind even extra aandacht wordt besteed. Goed overleg van beide kanten is heel belangrijk om er zo snel mogelijk voor te zorgen dat een kind zich in voorkomend geval weer prettig kan voelen.

 

STRUCTUUR

Wennen
Ieder kind dat bij Be CHILD geplaatst wordt, mag eerst komen wennen (paragraaf 6a). Afhankelijk van de voorkeur van de ouders kan dit op een hele dag opvang of op twee halve dagen plaatsvinden. De wendagen worden in onderling overleg geboden kort voordat de eigenlijke plaatsing ingaat. Zo kan ieder kind alvast iets eerder wennen aan zijn nieuwe omgeving.

Vaste stamgroepen
Be CHILD heeft drie stamgroepen: Hummeltjesbos, Dreumeseiland en Bengelweide. Elk kind zit in een vaste stamgroep. Dit geeft het kind een herkenbare omgeving. Doordat wij met hoofdzakelijk vaste leidsters werken op vaste dagen, geeft dit het kind ook een gestructureerde en vertrouwde omgeving. Ook stagiaires worden in een vaste stamgroep geplaatst voor hun stageperiode.

Samenvoegen van de groepen
Op de volgende momenten werken de twee groepen samengevoegd:

  • ’s Morgens bij de opstart tussen 07.30 en 08.30 uur. Op die momenten zijn er nog betrekkelijk weinig kinderen aanwezig, zodat onze pedagogisch medewerkers uit beide groepen samen de opvang kunnen verzorgen.
  • ’s middags tussen 13.30 en 14.30 uur. Dit is het slaapmoment voor veel kinderen. Tevens is dit het pauzeblok voor onze pedagogisch medewerkers. De kinderen die wakker zijn, worden samengevoegd in één groep onder leiding van minstens twee beroepskrachten afkomstig uit beide groepen. De andere beroepskrachten hebben dan pauze.
  • Aan het eind van de middag tussen 17.00 en 18.00 uur, wanneer de leidster-kind ratio en het gebruik van de ruimte (aantal beschikbare m2 per kind) dit toelaat, tot sluitingstijd. Dan worden de twee groepen weer samengevoegd. De pedagogisch medewerkers die vrijgemaakt kunnen worden van het begeleiden en verzorgen van kinderen, doen dan algemene (huishoudelijke) taken.


Tijden dat er formeel niet hoeft te worden voldaan aan de beroepskracht/kind ratio
De blokken dat er formeel niet hoeft te worden voldaan aan de beroepskracht/kind ratio zijn conform de hieronder genoemde tijdstippen:

  • 07.30 – 08.30 uur
  • 13.30 – 14.30 uur
  • 17.00 – 18.00 uur.


Groepsruimtes
Be CHILD beschikt over drie groepsruimtes. Ieder kind heeft met zijn stamgroep een eigen vaste groepsruimte. Doordat het samenvoegen de ene maand in de ene groep en de andere maand in de andere groep plaatsvindt, is ieder kind vertrouwd met de omgeving van de andere groepsruimte.

Groepsgrootte en leidster kind ratio
Alle drie groepen zijn maximaal gevuld met 14 kinderen per groep. Be CHILD houdt zich aan de leidster kind ratio, waarbij altijd tenminste twee beroepskrachten per groep aanwezig zijn en wanneer de ratio dit aangeeft, drie beroepskrachten. Stagiaires worden niet meegerekend bij het hanteren van de leidster kind ratio, deze zijn altijd boventallig aanwezig. De enige uitzondering betreft de pauzetijd qua leidster kind ratio zoals hierboven beschreven.

Maximum aantal beroepskrachten
Onze pedagogisch medewerkers zijn standaard zo veel mogelijk op vaste dagen in dezelfde groep ingeroosterd. Dit betekent dat ieder kind te maken heeft met maximaal drie vaste leidsters per week. De kinderen kennen echter de leidsters van de andere groep ook, doordat het buiten spelen met beide groepen samen plaatsvindt. De kinderen komen de andere pedagogisch medewerkers ook tegen tijdens het samenvoegen.

Dagritme
Voor een kind is het heel belangrijk dat er structuur wordt geboden. Dit willen wij de kinderen in onze kinderopvang ook bieden. De groepen hanteren daarom in principe vaste dagritmes. Dit bevordert het gevoel van welbevinden van ieder kind.

Activiteiten, algemeen
Bij jonge baby’s ligt de nadruk vanzelfsprekend op de verzorging van het kind. De verzorgingsmomenten gebruiken we om het kind veel individuele aandacht te geven. Naast de momenten van verschoning en voeding zal het kind veel slapen.

Als de baby langere periodes wakker blijft, is er plaats in onze speciale verhoogde boxen. Vanuit deze boxen kan het kind op een veilige manier contact maken met zijn omgeving. Bij kinderen die in de kruipfase komen zijn we alert op het speelgedrag van de grote kinderen om het kruipende kind de gelegenheid te geven om te ontdekken. Het komt ook voor dat de groteren aan tafel spelen zodat de kruipende peuters alle vrijheid hebben om de ruimte te verkennen.

De peuters krijgen verschillende activiteiten aangeboden. Onder begeleiding van de pedagogisch medewerkers ontdekt de peuter zijn eigen vaardigheden. De activiteiten worden afgestemd op de leeftijd. Hoe ouder de peuter is, hoe uitdagender en prikkelender de activiteit zal zijn. In veel activiteiten komen sociale aspecten ook aan bod. Zo kunnen oudere peuters bijvoorbeeld ‘meehelpen’ bij activiteiten, waardoor ze zich verantwoordelijk gaan voelen voor de jongere kinderen. Verder ontdekken ze zichzelf en hun omgeving spelenderwijs met behulp van het beschikbare spel- ontwikkelingsmateriaal. Er is veel tijd voor het eigen spel ingeruimd.

Activiteiten, buiten spelen
Tijdens het buiten spelen zijn de drie stamgroepen zeer vaak samen buiten. We dragen er zorg voor dat er tenminste altijd toezicht en begeleiding is door pedagogisch medewerkers van alle stamgroepen.

Activiteiten, andere gezamenlijke activiteiten
Naast het buiten spelen en de momenten om dat de groepen zijn samengevoegd, zijn er nog andere gezamenlijke activiteiten. Bij goed weer kunnen delen van de twee groepen worden samengevoegd. Een deel blijft dan achter op ons KDV terwijl het andere deel een uitstapje maakt naar een speeltuin of naar het dierenpark. Hiervoor heeft Be CHILD een Walking Wagon en een Quadro Buggy ter beschikking. In de praktijk betekent dit dat ongeveer maximaal twaalf kinderen met leidsters van beide groepen op pad gaan, terwijl de andere kinderen in een samengevoegde groep achter blijven onder leiding van medewerkers van beide groepen. Verder zijn er nog incidentele gezamenlijke activiteiten Een bijvoorbeeld is tijdens de sinterklaas-periode, waarbij de goedheiligman altijd weer even tijd vindt om bij Be CHILD langs te komen.


Kansen/momenten voor ontwikkeling van persoonlijke competenties
Op de volgende momenten kan er aandacht worden besteed aan de ontwikkeling van persoonlijke competenties bij het kind:

  • Tijdens algemene speelmomenten, waarbij het betreffende kind specifieke aandacht krijgt
  • Tijdens de slaapmomenten van de jongsten, waarbij het betreffende (oudere) kind specifieke aandacht krijgt
  • In een aparte ruimte, waarbij het kind bewust even uit de groep wordt gehaald om activiteiten te doen. Hierbij worden ook observatielijsten ingevuld om de ontwikkeling van het kind bij te houden. Zie verder inhoudelijk bij de paragraaf ‘De ontwikkeling van het kind’.

Eten en drinken
Er zijn vaste tijdstippen voor het eten met de peuters. Dit wordt als groep gezamenlijk aan tafel gedaan. Eten heeft naast de voeding ook een sociale functie. Daarnaast is het ook een rustmoment voor de kinderen. De broodmaaltijd, het drinken en de fruithapjes worden door Be CHILD verzorgd. Baby’s worden gevoed met de door de ouders meegebrachte en op het eigen kind afgestemde voeding. Aan het eind van de middag kunnen de peuters tot 2 jaar en/of de kinderen met verlengde opvang een groentehapje eten. Het groentehapje dient dan door de ouders te worden meegegeven.

Er zijn tijdens een volle dag tenminste vier momenten voor het drinken. ’s Morgens rond 09.15 uur, tijdens de lunch, halverwege de middag en aan het eind van de middag. Op warme dagen worden extra drinkmomenten ingelast. In het dagverblijf wordt in principe melk, diksap, vruchtensap en water gegeven.

Afwijkend eten of afwijkende dranken bij bijvoorbeeld allergieën worden gegeven in overleg met de ouders/verzorgers (zie algemene voorwaarden).

Slapen en rusten
De baby’s slapen in overleg met ouders naar behoefte. De peuters worden over het algemeen na de lunch in een bedje gelegd om te slapen. Peuters die geen slaapbehoefte hebben, krijgen een rustig moment aangeboden vlak na het middageten. Hiervoor zijn er in de dagverblijven rustige hoeken beschikbaar.

Extra dagdelen opvang en continuïteit
Ouders kunnen extra dagdelen opvang bij ons afnemen. Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken of dit gezien de leidster kind ratio en de groepsgrootte kan op de dag die men wil afnemen. Daarnaast streeft Be CHILD ernaar om het kind dan zo veel als mogelijk is in de eigen stamgroep te plaatsen.

Flexibele opvang en continuïteit
De kinderen die een vorm van flexibele opvang hebben, worden zo veel mogelijk in dezelfde stamgroep geplaatst. Toch kan het voorkomen dat de eigen stamgroep vol zit, als de limiet van maximaal 14 kinderen is bereikt. Dan zal het kind in de andere stamgroep worden geplaatst voor die dag. Dit wordt bij het aangaan van een flexibel contract duidelijk met de ouders gecommuniceerd.

Ondersteuning door andere volwassenen
Vooralsnog vindt er geen structurele ondersteuning door volwassenen plaats bij Be CHILD. Alleen tijdens bijzondere gebeurtenissen, zoals thema’s of tijdens het nationale voorleesontbijt worden volwassenen uit het betreffende werkveld of ouders uitgenodigd om mee te werken. Voorbeelden zijn:

  • Een directeur van een basisschool komt voorlezen tijdens het voorleesontbijt.
  • Een politieman of brandweerman komt in het kader van thema 112.


 

DE ONTWIKKELING VAN IEDER KIND

Persoonlijke competenties, algemeen
Ieder kind ontwikkeld zich op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Be CHILD vindt het belangrijk om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de ontwikkelingsfase van ieder individueel kind. In de onderstaande paragrafen wordt beschreven hoe de sociale competenties en de overige persoonlijke competenties van ieder kind bij Be CHILD worden gestimuleerd.

Sociale ontwikkeling
Door te werken met verticale groepen stimuleren we al een belangrijk deel van de sociale ontwikkeling van kinderen. Ze leren met andere kinderen van verschillende leeftijden om te gaan. Spelenderwijs gaan de kinderen met anderen leren delen. Soms wordt hun geduld misschien wel op de proef gesteld, wanneer een ander kind net met hun favoriete speelgoed aan het spelen is. Wanneer dit nodig is, wordt het kind aangeleerd om conflicten op te lossen. Een kind wordt zich op deze manier heel bewust van zijn omgeving. Daarbij vinden we het belangrijk dat ieder kind de ander respecteert. Zo heeft ieder kind zijn eigen plek in de groep, iedereen hoort erbij. De pedagogisch medewerker ziet toe op alle aspecten van de sociale ontwikkeling en stimuleert ieder kind waar nodig. Zo wordt invulling gegeven aan de ontwikkeling van de sociale competenties van het kind.

Normen en waarden
Be CHILD vindt het belangrijk dat kinderen leren om elkaar en de medewerkers te respecteren. We stimuleren dat kinderen begrip voor elkaar tonen en verdraagzaamheid laten zien. Daarin heeft iedere pedagogisch medewerker een belangrijke voorbeeldfunctie in de omgang met elkaar. Voorbeelden uit de praktijk zijn:

  • Elkaar helpen; vooral de groten kunnen de kleintjes helpen
  • Samen spelen is samen delen
  • We ruimen samen de spullen op waarmee gespeeld is
  • Oogcontact onderhouden als je met elkaar praat
  • We leren kinderen om op hun beurt te wachten
  • Als een kind (per ongeluk) iets bij een ander gedaan heeft of er is ruzie geweest, sorry zeggen en elkaar een hand geven
  • Niet naar elkaar schreeuwen of elkaar uitschelden
  • Eerlijk zijn, ook als je iets gedaan hebt wat eigenlijk niet mag. Eerlijkheid wordt ook beloond


In de praktijk betekent dit dat de groepsleiding zich richt op een liefdevolle begeleiding van de kinderen (emotionele veiligheid), het omgaan met elkaar (sociale competenties), het je leren houden aan de regels en de gewoontes van de groep en elkaar hierin respecteren, ongeacht de afkomst of religie. Zo stimuleren we de kinderen in het zich eigen maken van normen en waarden met respect voor mogelijke verschillen in cultuur.

Weerbaarheid
Elk kind moet voldoende voor zichzelf op kunnen komen. Waar het nodig is, zullen we kinderen hierin stimuleren. Zonder het respect voor de andere kinderen uit het oog te verliezen, leren kinderen voor zichzelf voldoende weerbaar te zijn.

Zelfstandigheid en zelfbeeld
We bevorderen de zelfstandigheid van ieder kind. Afgestemd op de specifieke ontwikkeling van ieder kind, leren we het kind steeds meer zelf te doen. Zo krijgt ieder kind de kans om steeds meer zelfredzaam te zijn. We sluiten aan bij de gevoelens en beleving van ieder kind. Verder werken we actief aan het ontwikkelen van een positief zelfbeeld. Dit alles draagt bij aan het ontwikkelen van het zelfvertrouwen van het kind. We stimuleren het kind ook om flexibel en creatief te zijn. Ze zullen zich soms moeten aanpassen aan anderen en ook moeten luisteren naar wat de pedagogisch mede-werker van hen vraagt. De creativiteit wordt in hoge mate gestimuleerd via de themawerkjes met thema’s die elke vier tot zes weken wisselen. Op deze wijze ontwikkelen we de persoonlijke competenties van ieder kind.

Lichamelijke ontwikkeling
Uw kind wordt zowel door de pedagogisch medewerkers als door de andere kinderen in de groep gestimuleerd om zijn motoriek te ontwikkelen. Dit gebeurt al haast ongemerkt in het spelen met andere kinderen. Daarnaast wordt aan de kinderen op een gestructureerde manier spelelementen aangeboden die bijdragen aan de ontwikkeling van de grove en fijne lichamelijke motoriek van het kind. In onze kinderopvang is materiaal aanwezig wat het kind uitnodigt om zich lichamelijk te ontwikkelen.

Muziek, beweging, dans
Met behulp van muziek werken we aan de ritmische gevoelens van de kinderen. Eenvoudige dansjes in de kring dragen bij aan de motoriek. De kinderen leren mee te zingen met de liedjes en mee te dansen. Voor de grove motorische ontwikkeling is er ook een speciaal speelpakket met hoepels, voetjes, handjes, stokken en pittenzakken aanwezig. Hiermee maken we gymcircuits waarbij de kinderen worden uitgedaagd om op verschillende manieren hun motoriek verder te ontwikkelen. Zowel het binnen als het buiten spelen draagt bij aan de ontwikkeling van de motoriek van ieder kind. Het buiten spelen kan begeleid worden door een pedagogisch medewerker, zoals bijvoorbeeld een kringspel, of het kind speelt vrij en samen met andere kinderen. Het buitenspeeltoestel draagt ook bij aan de ontwikkeling van de grove motoriek.

Leergierigheid stimuleren
We werken regelmatig met ontwikkelingsmateriaal. Hierbij leren de kinderen ook werkjes te maken. Dit stimuleert hun fijne motoriek. Alles gebeurt op het niveau en in het tempo van het kind, want ieder kind is uniek. In de groepen wordt regelmatig gewerkt met thema’s. Deze thema’s kunnen seizoen afhankelijk zijn, of zelfs aangepast worden aan belangrijke gebeurtenissen. Op het niveau van de kinderen vergroten we zo de belevingswereld van ieder kind. Op deze wijze bieden we het kind ‘geestelijke groei’ aan. Tegelijkertijd bieden we het kind de gelegenheid om ook lekker ‘kind te zijn’. Spelen is ook belangrijk. Daarnaast biedt het spel kinderen ook veel gelegenheid om zich te ontwikkelen. Spelenderwijs leert het kind tenslotte ook veel over zichzelf en zijn omgeving.

Taalontwikkeling en uitleg
De pedagogisch medewerker legt zoveel mogelijk aan ieder kind uit wat er allemaal met en rond het kind gebeurt. Voorbeelden zijn: “We gaan nu papa of mama uitzwaaien”, of: “we gaan aan de grote tafel zitten om samen te eten”. Deze uitleg wordt in ‘grote mensen taal’ gegeven. Hierdoor wordt actief gewerkt aan de uitbreiding van de woordenschat van de kinderen. De medewerker motiveert waarom een kind iets kan of moet doen. Ze geeft ook aan wat niet kan. Hierdoor ontdekt ieder kind de structuur, de regels en de omgangsvormen in de groep.

Thema’s
Be CHILD werkt steeds met actuele thema’s, vaak uit de methode van Uk en Puk. Hierbij kan worden gedacht aan thema’s die aansluiten bij het seizoen of actuele gebeurtenissen, zoals ‘trouwen’ als één van de pedagogisch medewerkers gaat trouwen. De groepsruimtes worden zoveel mogelijk aan een thema aangepast en de kinderen maken werkjes die aansluiten bij het thema. Daarnaast wordt er zoveel mogelijk voorgelezen uit boeken die bij het thema passen. Bij bepaalde thema’s of gebeurtenissen, zoals het nationale voorleesontbijt, worden volwassenen uitgenodigd om mee te werken aan het bewuste thema. Hier staat elders in ons pedagogisch beleidsplan meer over vermeld.

Woordenlijst
Per thema gebruiken we een woordenlijst voor de taalverrijking. Zo weten de pedagogisch medewerkers op welke woorden de nadruk ligt bij het gekozen thema. Dit verwerken ze in de kringgesprekken en de rollenspellen. Deze woordlijsten worden ook aan de ouders gestuurd. Op deze manier hebben ouders ook de gelegenheid om de woorden met hun kinderen te oefenen.

Woordkaarten
Aan de hand van de woordlijsten worden per thema ook woordkaarten gemaakt. Daardoor heeft iedere pedagogisch medewerker de mogelijkheid om elk woord te visualiseren met een pictogram of een foto wat het woord uitbeeld. Deze woordkaarten worden dagelijks in de grote kring aan alle kinderen aangeboden, vaak ondersteund door een verhaal. Op deze manier werken we ook aan de ontluikende geletterdheid.

Boekstart
Be CHILD is deelnemer in het project Boekstart. Dit is een initiatief van de overheid om beginnende geletterdheid bij kinderen te stimuleren. Via dit project werkt Be CHILD samen met de bibliotheek.
Het doel is om ouders en verzorgers te motiveren om meer aan jonge kinderen voor te lezen. Bij Be CHILD is een uitgebreide voorleesbibliotheek aanwezig, waar de pedagogisch medewerkers gekoppeld aan het actuele thema boeken kunnen uitzoeken om voor te lezen. Daarnaast is Be CHILD lid van de bibliotheek. Zo kunnen er aanvullende boeken worden geleend die op dat moment aansluiten bij het actuele thema.

Leesplein
In een aparte ruimte is een leesplein ingericht. Dit is een gezellige ruimte waar de voorleesboeken staan en een rustige hoek is ingericht. Regelmatig wordt deze ruimte gebruikt om met een klein groepje kinderen een rustig moment te creëren en één of meerdere boeken voor te lezen.

Kind-volgsysteem
Elk kind wordt regelmatig door onze pedagogisch medewerkers geobserveerd. De ontwikkelingen van uw kind worden in ons kind-volgsysteem vastgelegd. dit volgsysteem voldoet aan de SLO-doelen. Voor de 0 tot 2-jarigen hebben wij jaarlijks met de ouders/verzorgers overleg over hun kind aan de hand van de observaties. Bij de 2 tot 4-jarigen gebeurt dit 2x per jaar. De mentor van het betreffende kind heeft bij dit hele proces een centrale rol.
Voordat een kind de basisschoolleeftijd bereikt, wordt het kind aan de hand van dit volgsysteem met de ouders/verzorgers besproken. In het kind-volgsysteem zijn in observeerbare termen de emotionele, de persoonlijke, de motorische, de taal- en de sociale ontwikkeling van uw kind weergegeven. Er wordt bij de observaties onder meer gelet op hoe een kind samen speelt, hoe het contact is in de groep, of een kind actief meedoet met groepsactiviteiten en hoe het contact is met de pedagogisch medewerker. Als een kind naar de basisschool gaat vindt een schriftelijke en vaak ook een warme overdracht plaats in overleg met de ouders.

Signaleren van bijzonderheden in de ontwikkeling van kinderen
Ieder kind ontwikkelt zich op zijn of haar eigen manier. Onze pedagogisch medewerkers zijn opgeleid om de ontwikkeling van kinderen te begeleiden en te stimuleren waar mogelijk. Elk kind wordt regelmatig geobserveerd. Naast de formele observaties en registratie in het kind-volgsysteem, bieden de dagelijkse observaties van kinderen in hun spel en interactie van de kinderen met hun groep een mogelijkheid om eventuele bijzonderheden te signaleren. De mentor van uw kind bewaart hierbij het overzicht. De dagelijkse overdrachten van en naar ouders bieden momenten voor korte terugkoppelingen. Als er bijzonderheden zijn, worden deze altijd door de pedagogisch medewerkers met de leidinggevende besproken. Er volgen dan extra observaties waar de leidinggevende bij betrokken wordt. Indien nodig worden er aparte afspraken gemaakt met ouders om de bijzonderheden in de ontwikkeling van hun kind te bespreken. Meestal gebeurt dit in het bijzijn van de leidinggevende. Er kunnen ook redenen zijn om in overleg met ouders kinderen (anoniem) te bespreken in het overleg van preventie-vroeghulp. Dit overleg biedt een klankbord voor het omgaan met kinderen met een ontwikkelingsachterstand.

Zowel kinderen die zich wat minder snel ontwikkelen als kinderen die extra uitdaging kunnen gebruiken, worden extra in de gaten gehouden. Bijzonderheden in ontwikkeling worden in ieder geval op iedere personeelsvergadering met de leidinggevenden doorgenomen. Daarnaast is er zo nodig dagelijks gelegenheid voor overleg. Als er zorgen zijn rond de ontwikkelingen, worden deze zorgen met de ouders/verzorgers gedeeld. Daarnaast heeft Be CHILD tenminste eens in de drie maanden contact met de sociaal verpleegkundige. In dit contact worden de zorgkinderen ook besproken. Verder neemt de leidinggevende van Be CHILD deel aan diverse overleggen, zoals het Integrale Ondersteuningsteam van 0 – 5 jaar en het centrum voor Jeugd en Gezin. Be CHILD staat in contact met logopedisten en kinderfysiotherapeutenwaar overleg mee kan worden gevoerd en waarnaar in voorkomend geval kan worden doorverwezen.
Bij overgang naar de basisschool van een kind met bijzonderheden, wordt een warme overdracht gepland waar zowel de ontvangende leerkracht als de intern begeleider wordt uitgenodigd.

Het voorbereiden/begeleiden van pedagogisch medewerkers in het signaleren
Be CHILD begeleidt haar pedagogisch medewerkers in het onderkennen van bijzonderheden in de ontwikkeling bij kinderen. Aan de hand van onze eigen observatielijsten zijn onze pedagogisch medewerkers door onszelf getraind om bijzonderheden tijdig te signaleren en te registreren. Hierbij wordt ook het CITO meetinstrument gebruikt op het gebied van taalontwikkeling en rekenvaardigheden. Tijdens de maandelijkse personeelsvergaderingen worden bijzonderheden in de ontwikkelingen van de kinderen doorgenomen. Waar nodig wordt besproken hoe een bepaald kind extra aandacht kan krijgen. Op het gebied van de algemene ontwikkeling biedt de VVE-methode Uk en Puk veel mogelijkheden voor extra stimulans. Indien nodig verleent de leidinggevende een pedagogisch medewerker extra steun in de begeleiding van een kind.

Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)
VVE vormt een specifiek onderdeel van de pedagogische aanpak van Be CHILD in de begeleiding van de ontwikkeling van het betreffende kind. Omdat we veel belang hechten aan VVE-begeleiding is hier een apart hoofdstuk aan besteed. Zier hiervoor het volgende hoofdstuk over Voor- en Vroegschoolse Educatie.

 

VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE (VVE)

Inleiding
Be CHILD is aanbieder van VVE. Onze vaste pedagogisch medewerkers zijn opgeleid om zelfstandig begeleiding te geven aan de VVE-kindjes. Hierbij wordt de erkende VVE-methode van Uk en Puk gebruikt. De methode geeft handreikingen om met de VVE-kindjes in een kleine kring te oefenen om de taalontwikkeling, de rekenvaardigheid, de motorische ontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling te stimuleren. Ook in de stamgroep wordt de methode gebruikt, zodat alle kinderen gestimuleerd worden in hun ontwikkeling en de VVE-kinderen herhalingsmomenten krijgen aangeboden. De mentor van uw kind houdt een specifieke VVE-observatie bij als uw kind in aanmerking komt voor extra VVE-begeleiding. Bij Be CHILD is een uitgebreid pakket aan ontwikkelingsmateriaal aanwezig om de kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling. Dit materiaal wordt op verschillende manieren aan onze kinderen aangeboden.

We hebben nauw contact met Icare omtrent de ontwikkeling van kinderen. In dit contact worden ook kinderen besproken die een (dreigende) achterstand in ontwikkeling hebben. Icare onderzoekt waar nodig of een bepaald kind recht heeft op een VVE-indicatie. Voor kinderen met een VVE-indicatie kan meer tijd worden vrijgemaakt voor extra begeleiding..

Onze visie: VVE vormt een integraal onderdeel van onze pedagogische aanpak
Het stimuleren van de ontwikkeling van onze kinderen en het prikkelen van de nieuwsgierigheid om te ontdekken zijn een vast onderdeel van onze dagelijkse activiteiten met alle kinderen. Daarbij willen we zoveel mogelijk aansluiten bij het niveau en de belevingswereld van elk kind, dus ook van elk kind met een VVE-indicatie. Ons motto is niet voor niets: ‘Bij ons mag je kind zijn’. Hierbij staan onze kernpunten uit het pedagogisch beleidsplan centraal.

Het VVE-kader biedt extra mogelijkheden om de kinderen die het nodig hebben nét dat beetje extra aandacht te geven. Daarom zien we dit VVE-plan als een heel nuttige aanvulling op het dagelijkse pedagogisch handelen. Omdat we beschikken over een eigen interne trainer/coach en alle vaste medewerkers zijn opgeleid voor het geven van VVE-begeleiding, bieden we op deze manier een optimale omgeving om ook VVE-geïndiceerde kinderen te begeleiden in hun ontwikkeling en ze zo een kans bieden om aan te sluiten bij leeftijdsgenootjes.

VVE, onze werkwijze
We werken met het gecertificeerde VVE-programma Uk en Puk. Dit programma is speciaal afgestemd op de 0-4 jarigen en wordt landelijk zowel in de kinderdagverblijven als op peuterspeelzalen gebruikt. De thematische aanpak uit dit programma wordt aan alle kinderen bij Be CHILD aangeboden. Daarnaast wordt aan de peuters met een VVE-indicatie extra individuele ondersteuning geboden om dreigende achterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en om ze goed voor te bereiden op een start op de basisschool. De individuele ondersteuning kan op de groep plaatsvinden. Daarnaast kan er een rustige plek worden gezocht buiten de groep als het kind snel afgeleid is. Er is tussen de VVE-coach/begeleider en de pedagogisch medewerkers regelmatig overleg over de voortgang van de VVE-geïndiceerde kinderen. Hun ontwikkeling wordt bijgehouden in een observatielijst en met meetinstrumenten van het CITO.

VVE-methode Uk en Puk
Deze VVE-methode staat veel interactie toe. Dit kan tussen de pedagogisch medewerker en het kind, maar ook tussen de kinderen onderling. Hierdoor leren de kinderen niet alleen van de pedagogisch medeweker, maar ook van elkaar. We bieden het programma aan alle kinderen aan. Het programma biedt alle kinderen voldoende uitdaging.

Tijdens de personeelsvergaderingen wordt besproken welk thema voor een bepaalde periode zal worden gebruikt. Hierbij wordt een keuze gemaakt uit één van de vaste thema’s uit de methode, of er wordt een thema gebruikt wat op dat moment actueel is. De vaste thema’s uit de methode Puk en Co zijn:

  • Welkom Puk
  • Wat heb jij aan vandaag?
  • Eet smakelijk!
  • Reuzen en kabouters
  • Regen
  • Hatsjoe!
  • Knuffels
  • Oef, wat warm!
  • Ik en mijn familie
Voorbeelden van actuele thema’s zijn:
  • Seizoensgebonden thema’s, zoals: Jaargetijden: Lente, zomer, herfst, winter
  • Feestelijke momenten, zoals: Sinterklaas, Kerst, Pasen, Bruiloft (van een medewerker)
  • Overige onderwerpen, zoals: Verkeer, Boerderij,112
Een thema wordt gemiddeld 3 tot 4 weken gebruikt. Daarna wordt er overgegaan op een ander thema. Naast de geplande thema’s kan er altijd worden ingegaan op spontane gebeurtenissen, zoals bijvoorbeeld de geboorte van een broertje of zusje. Per thema worden woordlijsten en woordkaarten gemaakt voor het aanbieden van de begrippen aan de kinderen. De groepsruimtes worden elke keer aangepast aan het actuele thema.

Zelfstandig leren en de wereld ontdekken met VVE-begeleiding
De methode Uk en Puk is gericht op het zelfstandig leren en ontdekken. Kinderen zijn nieuwsgierig en willen graag nieuwe dingen leren. Daarom stimuleren we kinderen om zelf initiatieven te nemen. Het kind wordt regelmatig geobserveerd om na te gaan of het kind voldoende initiatief neemt, hoe betrokken het is bij zijn spel en wat zijn spelniveau is.

De kinderen worden voortdurend uitgedaagd vrij te gaan spelen en om te ontdekken. Het initiatief van het spel ligt bij het kind. Het kind wordt aangemoedigd en ondersteund. Als het kind onvoldoende initiatief neemt of onvoldoende rijk speelt, kan de pedagogisch medewerker meespelen of suggesties geven om zo het spel te verrijken.

Dagritmekaarten
Bij Be CHILD wordt gewerkt met dagritmekaarten. Dit biedt alle kinderen, dus ook de VVE-kinderen, structuur in de dagindeling. Zo weten de kinderen aan de hand van de pictogrammen welke activiteiten hen te wachten staan.

Ontwikkelingsmateriaal (voor VVE-begeleiding)
In een speciale PUK-kast heeft Be CHILD een diversiteit aan ontwikkelmateriaal ter beschikking. Dit materiaal wordt regelmatig gebruikt om kinderen extra stimulans te bieden om zich te ontwikkelen. Specifiek voor de VVE-kinderen bieden de materialen mogelijkheden om de ontwikkeling te stimuleren op de aandachtsgebieden.

Woordenlijst
Per thema gebruiken we een woordenlijst voor de taalverrijking. Hierdoor weten de pedagogisch medewerkers op welke woorden de nadruk ligt bij het gekozen thema. Deze woordlijsten worden ook met de ouders gedeeld. Op deze manier hebben ouders ook de gelegenheid om de woorden met hun kinderen te oefenen. Be CHILD adviseert de ouders van VVE-kinderen actief om zelf herhalingsmomenten te creëren. Zie hiervoor ook de paragraaf hieronder over woordkaarten.

Woordkaarten
Aan de hand van de woordlijsten worden per thema ook woordkaarten gemaakt. Daardoor heeft iedere pedagogisch medewerker de mogelijkheid om elk woord te visualiseren met een pictogram of een foto wat het woord uitbeeld. Deze woordkaarten worden dagelijks in de grote kring aan alle kinderen aangeboden, vaak ondersteund door een verhaal. Op deze manier werken we ook aan de ontluikende geletterdheid. De woordkaarten worden met de VVE-kinderen herhaald in een kleine kring (van VVE-kinderen) of op individuele basis. Daarnaast werken we per week met een klein aantal specifieke woordkaartjes die in een schrift worden meegegeven aan de ouders van VVE-kinderen. Zo creëren we meerdere herhalingsmomenten voor VVE-kinderen.

Begrippen
Begrippen die aansluiten bij het actuele thema worden zo vaak mogelijk herhaald in de gesprekjes tussen pedagogisch medewerkers en de kinderen. Hierbij worden vaak de woordkaarten ook gebruikt. Naast het aanreiken van de begrippen wordt de kinderen ook gevraagd om antwoord te geven of om dingen aan te duiden. Bijvoorbeeld: wijs jij de langste/kortste/dikste/dunste eens aan. De begrippen kunnen met een VVE-geïndiceerd kind op individuele wijze extra worden beoefend.

Deskundig personeel
Be CHILD werkt met pedagogisch medewerkers die minimaal zijn opgeleid op niveau SPW-3. Voor de VVE-kinderen is er een VVE-opgeleide coach/begeleider die de medewerkers ondersteunt in het aanbieden van verrijkingsmomenten voor de ontwikkeling van de (VVE-) kinderen.

De coach/begeleider is via de CED-groep gecertificeerd als trainer om de pedagogisch medewerkers intern op te leiden. De vaste medewerkers zijn intern opgeleid om VVE te geven. Nieuwe medewerkers worden middels een interne training door de VVE-coach/begeleider wegwijs gemaakt in de VVE-methode. De VVE-coach/begeleider bereidt ook de thema’s voor met woordlijsten en woordkaarten. Waar nodig wordt het thema tijdens personeelsvergaderingen met de pedagogisch medewerkers voorbereid.

Be CHILD besteedt naast de trainingsmomenten veel aandacht aan de interne coaching van het eigen personeel. De methode Uk en Puk is uitgebreid geïntroduceerd en er wordt regelmatig gebruikt om het personeel extra bagage te geven en om specifiek aan VVE-kinderen extra aandacht te kunnen geven.

Mentor
Conform ons pedagogisch beleidsplan heeft ieder kind bij Be CHILD een eigen mentor. De mentor heeft tevens een belangrijke rol bij het observeren, begeleiden en volgen van de aan haar toevertrouwde VVE-kinderen. Zij draagt er zorg voor dat het kind aan voldoende VVE-begeleidingsmomenten toekomt in samenwerking met de andere collega’s en stelt ook een handelingsplan op voor de VVE-begeleiding. Zie ook paragraaf over de mentor voor een gedetailleerde beschrijving van de rol van de mentor.

Volgsysteem en signalering
Be CHILD heeft eigen observatielijsten waarin de ontwikkeling en het welzijn van het kind wordt bijgehouden. Bij een VVE-kind wordt een speciaal handelingsplan opgesteld om het kind extra te begeleiden. Hierbij heeft de coach/begeleider een sturende rol. Bij een vermoeden van een VVE-behoefte wordt een kind met de sociaal verpleegkundige van het consultatiebureau besproken in een overleg dat ieder kwartaal plaatsvindt. Het consultatiebureau bepaalt of een kind een VVE-indicatie krijgt.

Naast de observatielijsten wordt bij Be CHILD gebruikt gemaakt van het CITO-volgsysteem. De volgsystemen op het gebied van taal en rekenen worden van alle kinderen bijgehouden. Rond het derde jaar van het kind wordt een eerste meting gedaan. Een eindmeting vindt vlak voor de overdracht naar de basisschool plaats. Het niveau van het betreffende kind wordt geregistreerd in een peutervolgsysteem; een zogenaamd leerling rapport waar de score in een tabel wordt weergegeven.

Ouders
Alle ouders worden nauw betrokken bij de thematische aanpak van Be CHILD. Via de nieuwsbrieven en de woordlijsten worden ouders op de hoogte gehouden van de activiteiten. Naast de dagelijkse korte overdrachten tussen pedagogisch medewerkers en ouders, worden er oudergesprekken gepland. Deze gesprekken zijn één keer per jaar voor de 0 en 1-jarigen. Voor de 2 en 3-jarigen zijn er twee keer per jaar oudergesprekken. Daarnaast vindt specifiek voor de ouders van VVE-geïndiceerde kinderen indien nodig tussentijds overleg plaats over de voortgang van hun kinderen. Waar nodig worden extra afspraken gemaakt met ouders om zaken die belangrijk zijn rond hun kind met hen te bespreken.

Oudercommissie
Be CHILD heeft nauw contact met de oudercommissie (OC) die zich zeer betrokken toont bij Be CHILD. Er is minstens eens per kwartaal overleg met de OC. De OC organiseert ook bijeenkomsten. Daarnaast assisteert de OC tijdens spreekavonden en bepaalde festiviteiten. De VVE-aanpak van Be CHILD is op meerdere vergaderingen uitgebreid met de OC doorgenomen en vormt ook een vast agendapunt op de vergaderingen.

Samenwerking met de basisscholen
Be CHILD heeft met alle voor Be CHILD relevante basisscholen uit de gemeente Dronten regelmatig contact. Er wordt van elk kind een overdracht naar de basisschool geschreven als het kind naar school gaat. Er vindt in principe na toestemming van de ouders/verzorgers een warme overdracht naar de basisschool plaats. Bij VVE-geïndiceerde kinderen wordt er vanuit Be CHILD actief op een warme overdracht aangestuurd. Wanneer Be CHILD en de ontvangende basisschool dit nodig achten, kan er na de warme overdracht nog een (aantal) keer contact zijn om het bewuste (VVE)kind een zo optimaal mogelijke start op de basisschool te gunnen.

Verticale groepen
Be CHILD heeft bewust gekozen voor het werken met verticale groepen. Al eerder is beschreven dat we stimuleren dat kinderen ook van elkaar leren. In een verticale groep heeft een kind de gelegenheid om te leren van oudere kinderen die in de groep aanwezig zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat dit met name ook voor VVE-geïndiceerde kinderen geldt. Hierbij kan worden gedacht aan een kind uit een gezin met een andere moedertaal. Het betreffende VVE-kind leert de Nederlandse taal dan niet alleen van de pedagogisch medewerkers, maar ook tijdens het spelen met de andere (Nederlandstalige) kinderen.

Intern overleg
Be CHILD is een platte organisatie. Alle pedagogisch medewerkers staan in direct contact met het management en daardoor ook met de VVE-coach/begeleider. Naast de formele contacten vindt dagelijks op informele wijze contact plaats tussen het management en de medewerkers over de ontwikkeling van de kinderen en in het bijzonder de VVE-geïndiceerde kinderen. De formele contacten zijn de teamvergaderingen en de besprekingen van de observatielijsten als voorbereiding op de oudergesprekken.

Extern overleg
De directie neemt deel aan diverse externe overleggen. Voorbeelden hiervan zijn:
  • Bestuurlijk overleg VVE
  • Uitvoerend overleg VVE
  • Preventie overleg met de sociaal verpleegkundige van het consultatiebureau
  • Integraal Ondersteuningsteam (IOT) voor 0-5 jarigen
  • Warme overdracht naar de basisschool
VVE, tot slot
Wij willen een zo optimaal mogelijk pedagogisch klimaat scheppen voor de kinderen die aan onze zorg worden toevertrouwd. Dit geldt ook zeker voor VVE-geïndiceerde kinderen. Be CHILD wil er alles aan doen om een kind extra ondersteuning te geven. Als het daardoor een betere kans krijgt om zichzelf en de wereld om zich heen te ontdekken, dan is ons doel bereikt!


UW KIND IN HET KINDERDAGVERBLIJF

Wenperiode

Ieder kind dat nieuw bij ons geplaatst wordt, mag vooraf komen wennen. Met de ouder(s) of verzorger(s) wordt tijdens een intakegesprek doorgenomen hoe deze periode wordt ingevuld. Het woord wenperiode zegt het al, we willen ervoor zorgen dat de overgang van de thuissituatie naar de periode met kinderopvang zo soepel mogelijk verloopt. Ouders kunnen kiezen voor één hele wendag, of twee halve wendagen.

Bijzondere gebeurtenissen
Natuurlijk willen wij van de verjaardag van elk kind een bijzonder moment maken. Er wordt voor het kind gezongen en het kind mag in de speciale verjaardag stoel zitten (als uw kind kan zitten). Het jarige kind mag dan in de groep trakteren. Wij benadrukken hierbij dat we graag gezonde traktaties zien. Ouders kunnen hiervoor advies vragen bij onze pedagogisch medewerkers.

Ouders kunnen ons op de hoogte stellen van bijzondere gebeurtenissen, zoals verjaardagen in het gezin of jubilea binnen de familie. Als uw kind daar de tijd en mogelijkheid voor heeft, kan dan een werkje worden gemaakt als verrassing voor papa, mama, opa en oma.

Daarnaast kan het voorkomen dat er bijzondere gebeurtenissen zijn die emotioneel of ingrijpend zijn. Wij worden graag op de hoogte gesteld wanneer dit in de omgeving van uw kind plaatsvindt. Wanneer we op de hoogte zijn van gebeurtenissen, kunnen we rekening houden met de gevoelens van het betreffende kind.

De verzorging van ieder kind
Onze ruimtes zijn ingericht om optimale verzorging te bieden aan elk kind. De pedagogisch medewerkers beschikken voor de verzorging over ergonomisch meubilair conform de gestelde eisen. We stellen hoge eisen aan hygiëne en veiligheid, om optimale zorg aan uw kind te kunnen geven.

We werken met een kwaliteitshandboek, waarin protocollen en instructies staan voor onze medewerkers. Deze documenten beschrijven de zorg die onze pedagogisch medewerkers aan uw kind besteden.


 

CONTACTEN MET OUDERS/VERZORGERS

Intake gesprek

Als een kind bij ons is aangemeld, volgt er een intake gesprek. In dit gesprek gaan we samen met de ouders/verzorgers eventuele bijzonderheden van het kind inventariseren en bespreken we het dagritme van het kind op dat moment. Dingen op het gebied van gezondheid, evt. dieet en andere bijzonderheden komen hierbij aan bod.

Wij vragen alle ouders om onze algemene voorwaarden en ons pedagogisch beleidsplan voor het intakegesprek door te nemen. Verder willen we graag dat ons privacy beleid wordt gelezen.

Dagelijkse contacten
bij het brengen en halen van een kind, heeft elke ouder even contact met de pedagogisch medewerker. Dit is een moment waarop eventuele bijzonderheden gemeld kunnen worden. Onze medewerker zal een korte mondelinge overdracht doen bij het ophalen.

Oudergesprekken
3 maanden na plaatsing van elk kind in ons kinderdagverblijf is er een kort evaluatiemoment met de ouder(s)/verzorger(s). De belangrijkste onderwerpen zijn het welzijn van het kind en de tevredenheid van de ouder. Deze gesprekken vinden wij belangrijk om mee te laten wegen in de kwaliteit van onze kinderopvang. Verder vindt er daarna jaarlijks een oudergesprek plaats voor de kinderen van 0 tot 2 jaar en 2 keer per jaar voor de kinderen van 2 tot 4 jaar.
De mentor van uw kind zal in principe het oudergesprek met u voeren, vaak geassisteerd door een andere collega.

Oudercommissie
Be CHILD werkt samen met de oudercommissie. Onze organisatie stelt haar locatie ter beschikking voor het voeren van overleg tussen de oudercommissie en Be CHILD. Op deze vergaderingen is de directeur van Be CHILD of diens afgevaardigde beschikbaar om te participeren in de bespreking.

Overleg
Als er van vragen zijn over onze pedagogische aanpak, nodigen wij ouders uit om er met ons over te praten. Ook als er verschillen zijn van mening, dan horen wij dat graag. Alleen als we de mening van de betreffende ouder weten, kunnen we iets met deze mening doen. Het eerste aanspreekpunt is altijd de pedagogisch medewerker zelf. Wanneer een ouder er met haar niet uitkomt, kan om een gesprek met de directie worden gevraagd.

Overdracht
Op het moment dat een kind naar de basisschool gaat en onze kinderopvang gaat verlaten, bereiden wij een schriftelijke overdracht voor. Hiervoor gebruiken wij de observaties uit ons kind-volgsysteem. Dit is van groot belang voor een soepele overgang van elk kind naar de basisschool. Deze overdracht wordt met u persoonlijk doorgenomen.

Exit gesprek
Als een kind ons kinderdagverblijf gaat verlaten, nodigen wij de ouder(s)/verzorger(s) uit voor een exit-gesprek. We bespreken we de overdracht die van het kind is opgemaakt. Verder beschouwen wij dit gesprek als een eindevaluatie waarbij de ouder(s)/verzorger(s) hun ervaringen met Be CHILD met ons kunnen bespreken. Wij vinden dit belangrijk om onze kwaliteit te borgen en waar nodig te verbeteren.

 

DE PEDAGOGISCH MEDEWERKER

Algemeen

De pedagogisch medewerker is degene die het meest in contact staat met een kind tijdens de uren in de kinderopvang. Onze medewerker is tijdens de uren in het kinderdagverblijf verantwoordelijk voor de opvang, opvoeding en verzorging van het aan haar toevertrouwde kind. Daarom is het belangrijk dat zij goed op de hoogte is van het wel en wee van elk kind. Als zij geïnformeerd is over bijzonderheden, kan zij beter inspelen op de gevoelens en beleving van het kind op dat moment.

Opvoeding
Ouders vertrouwen uw kind voor een aantal dagdelen aan ons toe. De pedagogisch medeweker neemt tijdens deze dagdelen de taak van opvoeder op zich. Dit doet de medewerker conform het pedagogisch beleidsplan van Be CHILD.

Inlevingsvermogen
Van onze medewerkers verwachten wij dat zij zich kunnen verplaatsen in de belevingswereld van de kinderen. Als zij kunnen ‘meedenken’ met wat er in een kind omgaat, zijn zij in staat om een optimale vorm van opvang en begeleiding te geven.

De pedagogisch medewerker als begeleider en bemiddelaar
De pedagogisch medewerker is ook begeleider en bemiddelaar van een kind. Ieder kind heeft op zijn sociale ontdekkingstocht behoefte aan duidelijkheid en structuur. De pedagogisch medewerker begeleidt het kind waar dit nodig is in het contact met anderen. Als er onenigheid is tussen kinderen, treedt de medewerker op als bemiddelaar.

Mentor
De pedagogisch medewerkers die minstens 3 maanden bij Be CHILD in dienst zijn, treden tevens op als mentor. De mentor wordt aan de ouders/verzorgers bekend gesteld tijdens het intakegesprek. Dit betekent dat elke betreffende medewerker een aantal kinderen krijgt toegewezen waarbij hij of zij de verantwoordelijkheid heeft om:

  • Toe te zien op de algemene ontwikkeling van het betreffende kind en dit bij te houden.
  • Bijzonderheden in de ontwikkeling of in het gedrag van het kind te signaleren en te bespreken met de leiding.
  • Indien een kind is geïndiceerd als VVE-kind, het handelingsplan van dit kind toe te passen in de praktijk, de ontwikkelingen stimuleren en te registreren. Daarnaast dient de mentor er zorg voor te dragen dat er voldoende groepsgerichte en individuele VVE-momenten worden aangeboden.
  • Te fungeren als vaste aanspreekpunt voor de ouders of verzorgers van het betreffende kind.
  • Het 10 minuten gesprek te leiden tijdens de spreekavonden.
  • Een bijdrage te leveren aan het invullen van de overdracht naar de basisschool.
  • Met alle bovenstaande punten wordt invulling gegeven aan een doorlopende ontwikkellijn van ieder kind wat bij Be CHILD geplaatst is. 

Begeleiding en scholing van medewerkers
Be CHILD werkt actief aan de begeleiding en scholing van haar medewerkers. Hierover worden met ieder personeelslid afspraken gemaakt. Daarnaast wil Be CHILD een actieve rol spelen in de begeleiding van stagiaires uit het middelbaar beroeps onderwijs. Zo draagt Be CHILD bij aan de opleiding van toekomstige collega’s.

 

STAGIAIRS EN PEDAGOGISCH MEDEWERKERS IN OPLEIDING

Begeleiding van stagiairs
De eindverantwoording voor de begeleiding van een stagiair ligt bij de aangewezen praktijkbegeleider. Stagiairs benaderen we als onze toekomstige collega’s. Dit houdt in dat we ze zo veel mogelijk zien als volwaardige medewerkers. We benaderen stagiairs positief, dat geldt ook bij het geven van feedback. We bieden ze kansen om zich te ontplooien en om zoveel mogelijk doelen te laten halen van hun stageopdracht. Hiervoor is een optimale begeleiding heel belangrijk. In de coaching geven we het goede voorbeeld en bieden we de stagiair zoveel mogelijk kansen om te leren.

Taken die uitgevoerd mogen worden door stagiairs
De taken die stagiairs mogen uitvoeren staan beschreven in de BPV-gids die de stagiair vanuit de opleiding heeft meegenomen. Overige taken die niet in een BPV-gids staan beschreven worden door de praktijkbegeleider vooraf ingeschat; de praktijkbegeleider bekijkt of de stagiair aan het uitvoeren van een bepaalde taak toe is. Wanneer er dan nog twijfel is, wordt de praktijkbeoordelaar erbij betrokken.

De praktijkbegeleider en de praktijkbeoordelaar
De praktijkbegeleider dient minimaal hetzelfde opleidingsniveau te hebben als de stagiair. Ze is verantwoordelijk voor de dagelijkse begeleiding en houdt ook begeleidingsgesprekken. De praktijkbeoordelaar neemt de proeven van bekwaamheid af wanneer de praktijkbegeleider en de stagiair samen aangeven dat een bepaalde proeve kan worden afgelegd.


SAMENWERKING MET PARTNERS

Algemeen
Be CHILD stelt veel in het werk om contact te onderhouden met belangrijke partners om de pedagogische kwaliteit te waarborgen. Zowel op het gebied van het algemeen beleid, de algemene ontwikkeling van een kind, de zorg voor het kind als de doorlopende lijn in de ontwikkeling staat Be CHILD in contact met de onderstaande organisaties.

Gemeente
De gemeente is de formele toezichthouder van iedere kinderopvang, dus ook van Be CHILD. De uitvoering is door de gemeente Dronten in handen gegeven van de GGD. Jaarlijks vinden er inspecties plaats door de GGD bij Be CHILD. Een link naar de inspectierapporten staat op onze website.

Be CHILD neemt deel in het bestuurlijke en het uitvoerende VVE-overleg wat vanuit de Gemeente Dronten wordt georganiseerd. Via beide overlegstructuren wordt uitvoering gegeven aan het beleid van de gemeente op het gebied van VVE.

Icare
Met Icare onderhoudt Be CHILD contact omtrent de uitvoering van VVE en zorg van en aan kinderen die bij Be CHILD geplaatst zijn. Eventuele nieuwe VVE-indicaties komen in de besprekingen ook aan bod. Er is minimaal eens per kwartaal contact met de sociaal verpleegkundige van het consultatiebureau.

Integraal Ondersteunings Team
Vanuit Icare wordt een Integraal Ondersteunings Team ingezet om een klankbord te vormen voor professionals die met de zorg van jonge kinderen van 0 – 5 jaar bezig zijn. Be CHILD participeert in de bijeenkomsten om een bijdrage te leveren aan dit klankbord en om contact te houden met de andere professionals.

Centrum voor Jeugd en Gezin
Be CHILD neemt deel aan bijeenkomsten georganiseerd door het Centrum voor Jeugd en Gezin. Hierdoor kunnen we op ervaringen met elkaar delen op het gebied van opvoeden, opgroeien en gezondheid van kinderen. Het centrum is een plek waar zowel ouders als andere opvoeders terecht kunnen met vragen.

Logopedie
Be CHILD heeft contact met logopedisten in de regio Biddinghuizen-Dronten. Met deze logopedisten kan Be CHILD contact opnemen om advies in te winnen. Ouders kunnen worden doorverwezen om op dit vlak voor hun kind ondersteuning te ontvangen.

Kinderfysiotherapie
In Biddinghuizen is een kinderfysiotherapeut gevestigd in het Multi-educatief centrum. Met deze organisatie staat Be CHILD in contact. Wanneer nodig worden ouders met hun kinderen naar deze organisatie of naar een andere organisatie van hun eigen keuze doorverwezen voor kinderfysiotherapie.

Bibliotheek
Met de Flevomeer bibliotheek heeft Be CHILD een samenwerking om het (voor)lezen bij jonge kinderen te bevorderen. Be CHILD heeft meegedaan aan het project Boekstart. Verder heeft één van de vaste pedagogisch medewerkers een cursus voorlees coördinator gevolgd via de bibliotheek. Alle medewerkers hebben ook deelgenomen aan een cursus interactief voorlezen. We proberen het gebruik van (voor)leesboeken zo veel mogelijk te stimuleren. Be CHILD leent ook boeken van de bibliotheek om elk thema wat wordt behandeld zo veel mogelijk met voorleesboeken te ondersteunen.


Basisscholen
Met de ontvangende basisscholen heeft Be CHILD een warm contact. Van ieder kind dat naar de basisschool gaat doet Be CHILD een schriftelijke en warme overdracht naar de school. Indien nodig vragen wij of de intern begeleider bij een warme overdracht kan zijn, wanneer er aandachtspunten of zorgen zijn over de ontwikkeling van het betreffende kind. Eventueel worden de ouders van het betreffende kind hierbij uitgenodigd wanneer Be CHILD en de ontvangende school inschatten dat dit nuttig is voor de overdracht. Dit is bijvoorbeeld van belang bij overdracht van VVE-kinderen naar de basisschool.


KWALITEITSBORGING

Algemeen
We streven voortdurend naar een hoge kwaliteit bij het bieden van kinderopvang. Om deze hoge kwaliteit te blijven garanderen, maken we gebruik van een kwaliteitsborgingssysteem. Met dit systeem meten we voortdurend de kernpunten uit ons pedagogisch beleid zoals beschreven in paragraaf 2C. Specifiek letten we daarbij op de ontwikkeling van ieder kind. We vragen ons daarbij af of ieder kind de pedagogische aandacht krijgt die het verdient. In het bijzonder houden we de begeleiding van ieder VVE-kind in de gaten. We proberen deze begeleiding waar het kan te optimaliseren.

Cyclus kwaliteitsborging
Om de kwaliteit te borgen en waar nodig te optimaliseren, hanteren we onderstaande cyclus:
 




TOEPASSING VAN KWALITEITSBORGING BIJ VVE

Algemeen

Be CHILD ziet VVE als een speerpunt in haar pedagogische aanpak. Daarom wordt het kwaliteitsborgingssysteem in de hieronder staande sub-paragrafen specifiek voor VVE volledig beschreven. Dit doen we om zo duidelijk mogelijk te zijn in ons streven naar een optimale kwaliteit bij het bieden van VVE.

Observeren
Het observeren gebeurt op drie niveaus. Het eerste niveau zijn de collega’s onderling. De collega’s observeren elkaar en geven na het VVE-moment direct opbouwende feedback met een top en een tip zodat de geobserveerde collega hiervan kan leren. Het observeren en feedback geven gebeurt op verzoek van de geobserveerde of spontaan als een collega iets observeert wat via de opbouwende feedback bijdraagt aan het verbeteren van de VVE.

Het tweede niveau zijn de assistent leidinggevenden. Zij doen hetzelfde als hierboven vermeld op het eerste niveau. Daarnaast kunnen zij bij de VVE-trainer/intern begeleider aangeven of een collega extra ondersteuning nodig heeft.
Het derde niveau is de VVE-trainer/intern begeleider. Zij doet eens in de zes maanden een observatie bij elke collega. Dit kan ook gebeuren op aangeven van de (assistent) leidinggevende als ingeschat wordt dat een collega extra ondersteuning kan gebruiken.

Signaleren
De (assistent) leidinggevenden zijn samen met de VVE-trainer/intern begeleider verantwoordelijk voor het signaleren van punten die extra aandacht vragen of tot verandering kunnen leiden. Dit kan zowel de individuele VVE-begeleiding van een kind zijn als punten die kunnen leiden tot verandering in de algemene VVE-aanpak van Be CHILD. Hoewel de leidinggevenden hiervoor verantwoordelijk zijn, wordt al het personeel gestimuleerd om hierin mee te denken. VVE is een vast punt op de agenda van de MT-besprekingen en de personeelsvergaderingen.

Analyseren
Het analyseren van punten die tot mogelijke verandering in de VVE-aanpak leiden is een verantwoordelijkheid van de VVE-trainer/intern begeleider. Zij wordt hier eventueel in bijgestaan door (één van de) assistent leidinggevenden.

Verbeterpunten ontwikkelen
Uit de analyse kan blijken dat de VVE-aanpak van Be CHILD op bepaalde punten dient te veranderen. Dan ontwikkelt de VVE-trainer/intern begeleider verbeterpunten en bespreekt deze in de MT-vergaderingen. Als de verbeterpunten persoonlijk zijn en horen bij de VVE-benadering van één van de personeelsleden, maakt de VVE-trainer/intern begeleider een coaching/begeleidingsplan voor die specifieke collega.

Implementeren
Als de door de VVE-trainer/intern begeleider ontwikkelde verbeterpunten in de MT-vergaderingen worden geaccordeerd, worden deze punten opgenomen in het VVE-plan van Be CHILD. Daarnaast worden de punten in de eerstvolgende personeelsvergadering met het personeel besproken zodat zij ze kunnen toepassen in de praktijk. Als dit nodig is, wordt door de VVE-trainer-begeleider een trainingsmoment gepland om de verbeterpunten bij het personeel aan te bieden.

Cyclisch proces
De VVE-trainer/intern begeleider en de (assistent) leidinggevenden zien toe op de toepassing van geïmplementeerde verbeterpunten in de dagelijkse VVE-aanpak. Hiermee is de cirkel van kwaliteitsborging op VVE-gebied rond.
De grootste kracht van borging van kwaliteit in de dagelijkse praktijk ligt echter vooral in het voortdurend feedback geven aan elkaar op een opbouwende manier om er wederzijds van te leren.


WET- EN REGELGEVING

Algemeen
Iedere organisatie, dus ook Be CHILD, heeft zich te houden aan de wet- en regelgeving die in ons land gelden. In dit hoofdstuk noemen we een aantal zaken die voor de kinderopvang van groot belang zijn. We nodigen ouders uit om op dit gebied actief met ons mee te denken, zodat we samen kunnen streven naar een zo optimaal mogelijke omgeving van ieder kind bij Be CHILD. Dit aspect is ook een onderwerp wat met de oudercommissie op regelmatige basis door ons wordt besproken

Privacy: Algemene Verordening Gegevensbescherming
Be CHILD streeft naar een gezonde balans tussen het afschermen van persoonsgegevens conform de wet- en regelgeving en het communiceren van onze activiteiten op onze website, via nieuwsbrieven en op facebook. Wij vinden dat de ouders zelf hierbij leidend zijn: Zij geven aan wat ze wel en niet wensen als het gaat om het delen van berichten met de buitenwereld. Be CHILD wil hierin een betrouwbare partner zijn. Als ouders menen dat e.e.a. niet conform de afspraken verloopt, vragen wij om zo snel mogelijk hierover contact met ons op te nemen. Zie voor verdere informatie ons Privacy Beleid.

Protocollen
wij hebben diverse protocollen om ons werk zo optimaal mogelijk uit te voeren. Naast ons pedagogisch beleidsplan hebben we diverse protocollen die ons richting geven in het werken met kinderen. Deze protocollen zijn op verzoek in te zien. De protocollen die bij Be CHILD in gebruik zijn:

  • Zo zijn onze manieren
  • Protocol Veiligheid en Gezondheid
  • Protocol Kindermishandeling
  • Protocol Brandveiligheid
  • Evacuatieplan
  • Hitteprotocol
  • Protocol hoofdluis
  • Onderhouds- en inspectielijst
  • Privacy protocol
 


Realisatie: Sybit - Software op Maat